Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.39 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Ook de tweede mijns inziens relevante lijn in de EHRM-rechtspraak kwam bij de kwestie van de rechtsmacht reeds aan de orde. Ik doel op de Soering -rechtspraak met betrekking tot de bescherming van ingezetenen in uitleverings- en uitzettingssituaties. Deze rechtspraak komt erop neer dat verdragsstaten aansprakelijk kunnen worden gehouden voor een potentiële verdragsschending buiten hun grondgebied, indien zij het in hun macht hebben die schending te voorkomen. Zoals we eerder zagen (hiervoor 4.9) is dit geen echte uitzondering op het territorialiteitsvereiste, omdat het ziet op de beslissing omtrent uitlevering of uitzetting, die op het eigen grondgebied van de staat wordt genomen. Ik vermeldde reeds de vraagstelling van het EHRM in de aanhangige zaak met betrekking tot een Franse vrouw en haar kinderen (4.26 e.v.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 193839 tot 194778.