Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 6.44 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.
Wat betreft de situatie van de kinderen van Nederlandse uitreizigers in Syrië, is in de literatuur geconstateerd dat het IVRK ‘geen expliciete verplichting’ tot repatriëring behelst. Een rechtstreekse toepassing van enige positieve verplichting uit het IVRK is niet aan de orde. Met de in het IVRK erkende rechten van de kinderen corresponderen intussen zwaarwegende belangen van de kinderen, die bij de concretisering van de zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162 BW in aanmerking behoren te worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 200837 tot 201425.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7 | shasum -a 256