Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.45 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Voor een op de kinderen toegespitste repatriëringsplicht valt steun te vinden in een position paper van de Kinderombudsman, die vermeldt dat de daarin uiteengezette standpunten worden gedeeld door kinderrechtencommissarissen uit andere Europese landen. Dit wil niet zeggen dat het IVRK ook steun biedt voor de door Eiseressen ingestelde vorderingen, die een repatriëring van Eiseressen en hun kinderen gezamenlijk (als groep) tot inzet hebben, ongeacht de specifieke situaties van ieder van hen afzonderlijk (hiervoor 3.16). Naar aanleiding van de reactie van de minister van Justitie en Veiligheid op de genoemde position paper heeft de kinderombudsman benadrukt dat moet worden gekeken naar ‘het individuele kind in plaats van de kinderen te beschouwen als een homogene groep’. Ook het VN-kinderrechtencomité benadrukt dat de best interests of the child (als bedoeld in art. 3 lid 1 IVRK) on a case-by-case basis moeten worden beoordeeld en afgewogen tegen andere, eventueel daarmee conflicterende belangen van bijvoorbeeld de ouders en de maatschappij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 201510 tot 202917.