Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.49 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Ik vermeld hier (nog) drie andere zaken waarin Belgische rechters een repatriëringsbevel hebben uitgesproken. Een beschikking in kort geding van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 11 juni 2019 betrof een inmiddels volwassen Belgische vrouw die als kind door haar Algerijnse vader was meegenomen naar Syrië. Ten tijde van de procedure was zij in het kamp Al-Hol gedetineerd. Haar moeder en halfzuster bevonden zich nog in België. De rechtbank oordeelde, onder verwijzing naar art. 3 lid 1 IVRK, dat de Belgische staat gehouden was tot het nemen van ‘alle noodzakelijke en mogelijke maatregelen’ om de vrouw naar België te repatriëren. De rechtbank benadrukte in dit verband dat de vrouw er niet zelf voor had gekozen om naar Syrië uit te reizen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 206077 tot 206996.