Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 6.50 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.
In een beschikking in kort geding van 30 oktober 2019 heeft dezelfde rechtbank de repatriëring bevolen van een Belgische moeder en haar twee minderjarige kinderen uit het kamp Al-Roj. De rechtbank baseerde dit bevel op art. 3 EVRM. Volgens de rechtbank oefende België weliswaar geen effectieve controle uit in Syrië, maar wel ‘enige controle en/of macht’ over de situatie waarin de vrouw en haar kinderen verkeerden, zulks mede gelet op eerdere repatriëringen. De keuze van de te treffen repatriëringsmaatregelen was volgens de rechtbank aan de Belgische staat, maar deze diende wel alles te doen wat in zijn vermogen lag om repatriëring te bewerkstelligen. De beschikking van de rechtbank is op 5 maart 2020 door het Hof van beroep te Brussel vernietigd. In algemene zin overwoog het hof dat de Belgische Staat maatregelen moet treffen om de repatriëring van minderjarige kinderen van IS-uitreizigers met de Belgische nationaliteit te organiseren. Het hof verwees in dit verband naar een beslissing van de Belgische ministerraad van eind 2017, om alle kinderen van Belgische IS-uitreizigers onder de leeftijd van 10 jaren ‘automatisch’ te repatriëren. De hieruit voortvloeiende verplichting strekt zich volgens het hof niet uit tot de moeders. Indien de Koerdische autoriteiten slechts de gezamenlijke repatriëring van moeders en hun kinderen toestaan, is het aan de Belgische staat om te beoordelen (en aan de Belgische rechter om achteraf te toetsen) of, onder de specifieke omstandigheden van ieder geval, het belang van het kind vereist dat (ook) zijn of haar moeder wordt gerepatrieerd. In de voorliggende zaak kon een en ander de kinderen en hun moeder niet baten. Het hof verklaarde de moeder, voor zover zij optrad namens de kinderen, niet-ontvankelijk omdat haar moederschap niet was aangetoond. Voor zover de moeder optrad voor zichzelf, werd haar vordering afgewezen. Volgens het hof was niet voldaan aan het rechtsmachtvereiste (in de zin van art. 1 EVRM) en kon de moeder ook geen aanspraak maken op consulaire bijstand of repatriëringsinspanningen anderszins. Het is nog niet bekend of in deze zaak beroep in cassatie is of zal worden ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 207060 tot 209542.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7 | shasum -a 256