Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.63 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Wat betreft de situatie in België verdient nog vermelding een niet-gepubliceerde tussenbeslissing van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN van 6 maart 2020. Daarin is, kennelijk naar aanleiding van een verzoek van een Belgische uitreiziger aan het VN-comité tegen foltering, aan de Belgische staat verzocht om, bij wijze van voorlopige maatregel, (reis)documenten ter beschikking te stellen aan verzoekster, ten behoeve van haar terugkeer, en om maatregelen te treffen ter bescherming van haar fysieke en mentale integriteit. Verdere details kunnen uit deze tussenbeslissing niet worden afgeleid. Deze beslissing is in lijn met een algemener geformuleerde aanbeveling die het VN-Mensenrechtencomité eind 2019 aan de Belgische staat heeft gedaan, inhoudende dat de Belgische staat de repatriëring zou moeten faciliteren van alle kinderen van Belgische onderdanen die zich bevinden in de (Syrische) conflictgebieden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 226218 tot 227291.