Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 6.74 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

De Staat beroept zich op het belang van de nationale veiligheid in verband met het gevaar dat van een deel van de moeders na hun terugkeer zal uitgaan. Dat de Staat dit veiligheidsbelang meent te moeten dienen door deze vrouwen niet te repatriëren, behoort de rechter te respecteren (hiervoor 6.66). Of daaruit mag worden afgeleid dat het dáárom ook rechtmatig is om ook de kinderen van deze moeders niet te repatriëren, betwijfel ik. Het zóú een goede reden zijn indien de omstandigheden in de kampen niet erbarmelijk en gevaarlijk waren, want dan zou het belang van de kinderen om niet van hun moeders gescheiden te worden, rechtvaardigen dat met de moeders voorlopig ook de kinderen ter plaatse moeten blijven. Maar de omstandigheden zijn wél erbarmelijk en gevaarlijk. Verder geldt dat ook de Staat de uitreizigers als een heterogene groep beschouwt en zegt dat de inschatting van de veiligheidsrisico’s per individu moet worden gemaakt (hiervoor 3.24). Dat betekent dat er ook vrouwen kunnen zijn (en kinderen met moeders) die na hun terugkeer geen gevaar voor de nationale veiligheid zullen opleveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 236298 tot 237427.