Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 7.8 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.
Dat zonder rechtsmacht van de Nederlandse Staat een ‘vacuüm’ in de rechtsbescherming ter plaatse zou kunnen ontstaan, leidt als zodanig ook niet tot het aannemen van rechtsmacht. Als dat argument geldig zou zijn, zou de Staat gehouden zijn om mensenrechtenschendingen waar ook ter wereld te voorkomen, voor zover dat in zijn vermogen ligt. Dat kan niet worden aanvaard. Het EHRM heeft het gezichtspunt van een ‘vacuüm’ in de rechtsbescherming slechts incidenteel gehanteerd, met name in de context van mensenrechtenschendingen die plaatsvonden binnen de legal space van het verdrag (hiervoor 4.15). Daarvan is hier geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 248578 tot 249263.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7 | shasum -a 256