Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 7.10 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

In zijn arrest onder 7.1 e.v. heeft het gerechtshof uiteengezet welke maatstaven bij de toetsing aan de zorgvuldigheidsnorm moeten worden aangelegd. Het hof heeft vooropgesteld dat in dit verband een ‘belangenafweging’ dient plaats te vinden (onder 7.1). In dat kader komt volgens het hof ‘indirecte werking’ toe aan de door Eiseressen ingeroepen mensenrechten, die ‘minder sterk’ is dan een rechtstreekse werking daarvan (onder 7.2). Bij de beoordeling van de vorderingen is volgens het hof een ‘grote mate van terughoudendheid’ geboden, aangezien zij nauw verband houden met ‘vragen van (nationale) veiligheid en buitenlands beleid’, op welke terreinen de Staat een ‘grote beleidsvrijheid’ toekomt. De vorderingen zijn alleen toewijsbaar indien de Staat ‘in redelijkheid niet tot zijn handelwijze heeft kunnen komen’. Het gaat hier volgens het hof om een ‘marginale toets’ (onder 7.8), met dien verstande dat ‘de lat voor de Staat om de marginale toets te kunnen doorstaan’ navenant hoger ligt, naarmate de door Eiseressen ingeroepen belangen groter zijn (onder 7.9). Tegen deze achtergrond valt de door het hof gemaakte belangenafweging uit in het voordeel van de Staat (onder 7.10 e.v.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 249866 tot 251106.