Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 7.13 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Uit wat in hoofdstuk 6 is gezegd over de reflexwerking van (wetten en) verdragen op de zorgvuldigheidsnorm (hiervoor 6.2 e.v.) volgt dat ik meen dat deze klachten niet kunnen slagen. In de context van art. 6:162 lid 2 BW komt het erop aan of en in hoeverre de door Eiseressen ingeroepen verdragen objectieve aanknopingspunten bieden voor de invulling van een op de Staat rustende zorgvuldigheidsnorm. Als een verdrag de Staat, bij gebreke van rechtsmacht, tot niets verplicht, kan dat verdrag ook niet (zonder meer) dienen ter onderbouwing van een op de Staat rustende, ‘verdragsconforme’ zorgvuldigheidsnorm. Wel kan mijns inziens reflexwerking toekomen aan de door het verdrag beschermde rechten, in die zin dat de met die rechten corresponderende zwaarwegende belangen ook in de context van art. 6:162 lid 2 BW gewicht in de schaal leggen (zoals ook het gerechtshof in zijn arrest onder 7.2 tot uitgangspunt heeft genomen). Het gaat echter te ver om daaruit te concluderen dat tussen rechtstreekse werking en reflexwerking van verdragen ‘geen verschil’ bestaat. Eiseressen baseren die conclusie op het arrest Mothers of Srebrenica , maar hiervoor 6.5 bleek reeds waarom dit niet juist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 253915 tot 255225.