Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 7.21 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Kortom, de klachten van subonderdeel 3.2 zijn ongegrond. Daargelaten dat Eiseressen geen rechtstreeks beroep toekomt op de door hen ingeroepen mensenrechten (zie de bespreking van onderdeel 2) en dat in het kader van de zorgvuldigheidstoetsing geen volle werking aan die mensenrechten kan worden toegekend (zie de bespreking van subonderdeel 3.1), rechtvaardigt een beroep op mensenrechten geen indringender toetsing, zolang niet vaststaat dat daaruit een rechtsnorm voortvloeit die de verweten handelwijze verbiedt. In hoofdstuk 6 heb ik uiteengezet waarom volgens mij geen sprake is van een rechtsnorm die het door de Staat gevoerde repatriëringsbeleid in algemene zin verbiedt. Dit laat onverlet dat toepassing van dat beleid in individuele situaties onrechtmatig kan zijn, mede in het licht van de mensenrechten van de uitreizigers en hun kinderen. Rechtsnormen die op beleidsniveau geen (voldoende) concrete gedragslijn voorschrijven aan de overheid, kunnen in individuele situaties wél afdwingbare verplichtingen opleggen aan de overheid (hiervoor 5.23 e.v.). De aan de overheid toekomende beleids- en beoordelingsruimte komt daardoor niet onder druk te staan: uitzonderingen in individuele situaties laten het beleid als zodanig onverlet. Een individuele toetsing is echter niet de inzet van dit geding (hiervoor 3.16 e.v.).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 265774 tot 267191.