Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 7.29 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.
Het onderdeel kan naar mijn mening niet tot cassatie leiden, omdat het daaraan ten grondslag liggende uitgangspunt ondeugdelijk is. Bij gebreke van rechtsmacht komt geen rechtstreekse werking toe aan de door Eiseressen ingeroepen verdragen (zie de bespreking van onderdeel 2) en ook geen onbeperkte reflexwerking (zie de bespreking van subonderdeel 3.1). Indien hierover al anders zou kunnen worden gedacht, treffen de klachten mijns inziens nog steeds geen doel. Zoals gezegd komt het er bij de rechtmatigheidstoetsing (aan mensenrechtenverdragen of anderszins) op aan of er een rechtsnorm bestaat die het gedrag van de Staat verbiedt. Van een dergelijke rechtsnorm is mijns inziens niet gebleken (zie de bespreking van subonderdeel 3.2). Bij die stand van zaken hebben Eiseressen geen belang bij klachten over de precieze bewoordingen die het hof bij zijn rechtmatigheidstoetsing heeft gebruikt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 274484 tot 275430.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7 | shasum -a 256