Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 7.30 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Ten overvloede merk ik nog op dat in de literatuur is gesignaleerd dat de casuïstische belangenafwegingen die het EHRM pleegt uit te voeren bij het aannemen van positieve verplichtingen uit het EVRM, niet wezenlijk afwijkt van de veelal als ‘marginaal’ betitelde toetsing die nationale rechters in dit verband plegen uit te voeren. Verder memoreer ik dat het EHRM ook bij de toepassing van de Osman -verplichting, waarop Eiseressen zich in dit verband beroepen, een zekere beleids- en beoordelingsruimte gunt aan verdragsstaten, naargelang van de ernst van de dreigende mensenrechtenschending in kwestie (hiervoor 6.27).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 275515 tot 276251.