Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 7.31 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Onderdeel 5 betreft de belangenafweging die het gerechtshof in zijn arrest onder 7.1 e.v. heeft gemaakt. Dat is het derde geschilpunt in cassatie, naast het rechtsmachtvereiste (waarover onderdeel 2) en de rechterlijke toetsingsintensiteit (waarover de onderdelen 3 en 4). Het onderdeel vangt aan met de inleidende klacht dat de door het hof gemaakte belangenafweging onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd is ( randnummer 96 ). Deze klacht wordt uitgewerkt in vier subonderdelen. De eerste drie subonderdelen zijn (eveneens) inleidend van aard. Zij betreffen de door Eiseressen ingeroepen IVRK-rechten ( subonderdelen 5.1-5.2 ) en de op de Staat rustende stelplicht ( subonderdeel 5.3 ). Het vierde subonderdeel gaat inhoudelijk in op de door het hof gemaakte belangenafweging ( subonderdeel 5.4 ).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 276462 tot 277504.