Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 7.35 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.
Subonderdeel 5.2 behelst de klacht dat het hof het ‘dwingend afwegingskader’ van art. 3 lid 1 IVRK zou hebben miskend. Volgens Eiseressen volgt uit die bepaling dat het belang van het kind ‘in beginsel leidend’ is. Nu het hof de belangen van de Staat (kennelijk) zwaarder heeft laten wegen dan de belangen van de kinderen, heeft het hof hetzij de maatstaf van art. 3 lid 1 IVRK miskend, hetzij de gemaakte belangenafweging onvoldoende gemotiveerd, aldus Eiseressen ( randnummer 99 ).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 280927 tot 281579.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7 | shasum -a 256