Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 7.36 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Deze klacht faalt op dezelfde gronden als de klacht van subonderdeel 5.1. Een repatriëring van alleen de kinderen is in dit geding is niet gevorderd. Het hof heeft dus ook niet de maatstaven miskend die bij de beoordeling daarvan een rol zouden kunnen spelen (nog daargelaten dat het IVRK bij gebreke van rechtsmacht niet van toepassing is). Ten overvloede merk ik op dat art. 3 lid 1 IVRK (uiteraard) niet voorschrijft dat de belangen van het kind in alle gevallen doorslaggevend behoren te zijn. Wel behoren die belangen a primary consideration te zijn. Dát heeft het hof niet miskend, nu het bij zijn belangenafweging uitdrukkelijk heeft vooropgesteld dat van de kinderen de ‘meest fundamentele belangen’ in het geding zijn (arrest onder 7.5), dat ‘zeker de kinderen’ aldus een ‘zeer groot belang’ hebben bij repatriëring (onder 7.6) en dat gelet hierop ‘de lat voor de Staat om de marginale toets te kunnen doorstaan navenant hoger ligt’ (onder 7.9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 281643 tot 282763.