Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 7.38 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.
Deze klacht gaat uit van een verkeerde lezing van het bestreden oordeel. Het gerechtshof heeft niet miskend dat het op de weg van de Staat lag om de door hem ingeroepen belangen te stellen en te onderbouwen. Onder 7.10 e.v. zet het hof uitvoerig en onder verwijzing naar de door de Staat ingeroepen stukken uiteen op welke feitelijke grondslag de door de Staat ingeroepen belangen berusten. Het gaat hier overigens om belangen die van algemene bekendheid zijn, zulks mede gelet op de openbare parlementaire stukken waarin deze belangen nader zijn uiteengezet (hiervoor 3.23 e.v.). De kanttekeningen die Eiseressen plaatsen bij de feitelijke gegrondheid van deze belangen behoeven hier geen bespreking, reeds omdat de procesinleiding geen vindplaatsen in de processtukken in de feitelijke instanties vermeldt waar Eiseressen deze kanttekeningen (eerder) naar voren hebben gebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 283586 tot 284543.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7 | shasum -a 256