Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 7.39 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Ten overvloede merk ik nog op dat de mogelijkheden voor bewijsgaring en feitenonderzoek in een kortgedingprocedure beperkter zijn dan in een bodemprocedure. Ook daarom kon van het hof (evenmin als van de partijen zelf) geen uitputtende onderbouwing van de over en weer ingeroepen belangen worden gevergd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 284607 tot 284988.