Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

De vraag welke uitleg van het EVRM aangewezen is, is hierna in het bijzonder aan de orde in verband met de kwestie van de rechtsmacht. Daarbij zal ik niet alleen de bestaande rechtspraak van het EHRM beschrijven (hierna 4.7 e.v.), maar ook onderzoeken of reden bestaat om lijnen door te trekken, conform wat door verschillende schrijvers is betoogd (hierna 4.16 e.v.), door Eiseressen in dit geding wordt bepleit en in twee uitspraken van Belgische rechters lijkt te zijn aanvaard (hierna 6.49 en 6.50). Die vraag beantwoord ik vervolgens ontkennend, maar het is duidelijk dat als men de lijn hier op een andere plaats trekt, dit op de beoordeling van de problematiek van de IS-uitreizigers potentieel grote invloed heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 44027 tot 44827.