Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.
Een, zo men wil, verwante kwestie betreft de mogelijkheid dat de rechter aan mensenrechten betekenis toekent buiten de strikte grenzen van de verdragen waarin ze zijn vastgelegd, namelijk bij de toepassing van vage normen van nationale oorsprong, zoals de zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162 BW of redelijkheid en billijkheid (art. 6:2 en 6:248 BW). Dit gebeurt bijvoorbeeld als de rechter aan mensenrechten in horizontale verhoudingen betekenis toekent, bijvoorbeeld tussen burgers en bedrijven (in plaats van in de verticale verhouding tussen overheid en burger waarvoor de mensenrechten strikt genomen alleen zijn geschreven). Er bestaat geen reden waarom niet iets dergelijks in de verticale verhouding tussen overheid en burger plaats zou kunnen vinden, in het geval het EVRM niet rechtstreeks van toepassing is (omdat niet is voldaan aan het vereiste van rechtsmacht). Uiteraard kan dit niet betekenen dat de rechter een EVRM-bepaling die niet toepasselijk is, toch ‘gewoon’ toepast. Met de mensenrechten corresponderen echter zwaarwegende belangen van de burger. Het recht op leven is zo’n zwaarwegend belang in optima forma. Zó, als zwaarwegend belang, kan met dat recht wel degelijk rekening worden gehouden en mijns inziens moet dat ook (zie hierna onder 6.1 e.v.).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 44912 tot 46306.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7 | shasum -a 256