Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

De overheid behartigt het algemeen belang en komt daarbij beleids- en beoordelingsruimte toe om haar eigen afweging te maken. De rechter behoort die beleids- en beoordelingsruimte te respecteren. Dat leidt er echter niet toe dat de rechter over het handelen van de overheid in het geheel niet mag oordelen. Integendeel, in onze rechtsstaat is het de taak van de rechter om de rechtmatigheid van overheidshandelen te toetsen. Dat is niet in strijd met de trias politica. In de eerste plaats bestaat er geen strikte scheiding tussen de staatsmachten, maar veeleer een evenwicht tussen die machten. En in de tweede plaats, het betreft hier niet de verhouding tussen wetgever en rechter, maar tussen uitvoerende macht en rechter. Die uitvoerende macht staat ten volle ónder het recht, zoals in wetgeving en verdragen neergelegd, en het is het goed recht van burgers om aan de rechter de vraag voor te leggen of de uitvoerende macht rechtmatig handelt. Intussen maakt het uiteraard wel uit hoeveel afstand de rechter ten opzichte van de bestuurlijke afweging houdt. Met dit laatste zeg ik niet dat de wetgevende macht wél boven het recht staat (dat is niet het geval, zeker niet wat betreft mensenrechten), maar omdat de wetgevende macht het recht ook zelf vormgeeft, is de rolverdeling tussen rechter en wetgever wel wezenlijk anders dan tussen rechter en uitvoerende macht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 46750 tot 48270.