Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:412.

Eiseressen procederen in dit geding voor zichzelf en (merendeels ) in hun hoedanigheden van wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen. In strikte zin is sprake van 23 vorderingen van 23 afzonderlijke eiseressen. Tezamen met de 56 kinderen zijn er aan de zijde van Eiseressen 79 materiële procespartijen. In beginsel diende door rechtbank en gerechtshof voor elke procespartij afzonderlijk te worden uitgemaakt of de door hen ingestelde vorderingen toewijsbaar waren of niet. Nu in cassatie staat, eveneens in beginsel, ter beoordeling of het arrest van het hof juist en begrijpelijk is in de verhouding tussen de Staat en ieder van de 79 vrouwen en kinderen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 99e2f3a727cfa8f188d4d849ebd881cfffd83454cb04e3c2253d3e08c69abce7, en de alinea staat in dat document op bytes 48507 tot 49259.