Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:422.

Verder wordt aangetekend dat het uit praktisch oogpunt voor de hand ligt om eerst te toetsen aan het tweede lid van art. 3:4 BW (omdat het in veel gevallen vrij evident is of wel of niet sprake is van een dergelijke fysieke verbinding en een onderzoek naar de verkeersopvatting bij een positieve uitkomst achterwege kan blijven) en pas als die toets negatief uitvalt te toetsen aan de verkeersopvatting van het eerste lid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e, en de alinea staat in dat document op bytes 51597 tot 52096.