Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.48 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:422.

Te dien aanzien kan in de eerste plaats worden opgemerkt dat dergelijke gevallen betrekkelijk spaarzaam zullen voorkomen. Zoals in de literatuur ook veelvuldig wordt aangetekend, zal in de meeste gevallen van een hechte verbinding als bedoeld in art. 3:4 lid 2 BW ook naar verkeersopvatting sprake zijn van bestanddeelvorming. Niet moet uit het oog worden verloren dat het in de onderhavige procedure gaat om een zeer uitzonderlijke casus, waarin afscheiding zou leiden tot waardevermeerdering van de met geweld van elkaar losgehakte zaken; een vergelijkbare casus zal zich niet snel aandienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e, en de alinea staat in dat document op bytes 98404 tot 99011.