Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.58 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:422.

Volgens subonderdeel 2.2 is althans oordeel (b) onjuist, dan wel bij gebrek aan (nadere) motivering onbegrijpelijk, omdat het hof heeft miskend dat de inhoud van de vaststellingsovereenkomst van 23 december 2011 tussen de curatoren en Glencore in zoverre niet kan worden tegengeworpen aan UTB. Ook in de hypothetische situatie (zonder fout) immers blijft staan dat UTB zich in het geding op het standpunt heeft gesteld dat Glencore louter een pandrecht heeft op het aluminium dat zich op 13 december 2011 te 0:00 uur in de ovens bevond. Voor zover het hof zijn oordeel (b) (mede) heeft doen rusten op zijn overweging (a) dat UTB niet bij memorie van antwoord is ingegaan op de vermengingsdiscussie, heeft het hof volgens UTB over het hoofd gezien dat UTB in appel haar standpunt uit de eerste aanleg over de vermengingsdiscussie heeft gehandhaafd, dan wel heeft het hof de devolutieve werking van het hoger beroep miskend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e, en de alinea staat in dat document op bytes 108846 tot 109820.