Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.83 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:422.

Subonderdeel 3.1 klaagt dat het oordeel van het hof in rov. 4.59-4.60 (en rov. 4.69) onbegrijpelijk is omdat het berust op feitelijke misslagen. UTB voert aan dat zij in de procedure bij de voorzieningenrechter die eindigde in het vonnis van 11 september 2012, in reconventie niet een verbod heeft gevorderd voor Glencore om het aluminium uit de ovens te verwijderen en/of het te verkopen (onder verwijzing naar rov. 4.1 van genoemd vonnis van 11 september 2012). Het is volgens UTB (uitsluitend) de mede-gedaagde ZSP geweest die de door het hof bedoelde vordering in reconventie heeft ingesteld (onder verwijzing naar rov. 5.1 en rov. 7.5 van genoemd vonnis). De enige reconventionele vordering van UTB die is toegewezen door de voorzieningenrechter in die zaak betreft de opheffing van het pandhoudersbeslag (zonder dwangsom) (waarbij UTB wijst op rov. 7.4 en 8.4 van genoemd vonnis). In hoger beroep is dit niet anders, zo vervolgt UTB, hetgeen zou blijken uit rov. 4.3.1-4.3.2 van het arrest van het Hof Den Bosch van 5 november 2013.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e, en de alinea staat in dat document op bytes 145011 tot 146177.