Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 2.83 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:422.
Volgens UTB valt daarom onmogelijk in te zien hoe UTB door het hof een verwijt kan worden gemaakt dat deze uitspraak in kort geding minstens zo verregaand is als het verbod van de veiling dat NB en ZSP hebben gevorderd. Eveneens onbegrijpelijk is volgens UTB dat haar reconventionele vordering zou hebben geleid tot een algeheel verbod tot executie van het pandrecht door Glencore, aangezien van de toegewezen vorderingen in reconventie immers enkel het door de voorzieningenrechter opheffen van het pandhoudersbeslag (mede) van UTB afkomstig is. Voor zover het hof zijn oordeel louter op het dictum van het genoemde vonnis van 11 september 2012 heeft gebaseerd (m.n. rov. 8.5-8.6 daarvan), heeft het hof blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, althans een onbegrijpelijk oordeel gegeven, zo klaagt UTB, omdat het dictum van een rechterlijke uitspraak altijd in het licht van de overwegingen in het lichaam ervan moet worden uitgelegd, en de overwegingen van het vonnis van 11 september 2012 (waarbij UTB wijst op rov. 4.1, 7.4, 8.4) zonder meer duidelijk maken dat UTB het door het hof genoemde verbod in rechte noch heeft gevorderd noch heeft toegewezen gekregen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e, en de alinea staat in dat document op bytes 146187 tot 147373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e | shasum -a 256