Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.99 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:422.

2.101 Deze klacht faalt. Zij ziet eraan voorbij dat het hof in rov. 4.60 kennelijk het (denkbare) verweer van UTB bespreekt dat de (eerder door het hof in rov. 4.60 vastgestelde) onrechtmatige daad niet aan haar kan worden toegerekend – in de zin van art. 6:162 lid 3 BW – op de grond dat zij ervan mocht uitgaan dat Glencore door toepassing van art. 58 Fw hoe dan ook haar positie als separatist had verloren (zie hiervoor onder 2.92). Het hof beschouwt dit standpunt van UTB derhalve niet als een onrechtmatige daad waaraan de door Glencore gestelde schade kan worden toegerekend in de zin van art. 6:98 BW (causaal verband).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e, en de alinea staat in dat document op bytes 169552 tot 170267.