Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 12.19 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:422.

2.111 Nu geen van de genoemde partijen (NB, ZSP en/of curatoren) in de samenhangende zaken (19/00263 resp. 19/00271) een onvoorwaardelijke klacht heeft gericht tegen rov. 2.2-2.3 van het bestreden arrest met de strekking dat het eindvonnis nietig is, is de voorwaarde waaronder onderdeel 6 is ingesteld niet in werking getreden en wordt aan een bespreking van de klachten niet toegekomen. UTB bevestigt in haar schriftelijke toelichting dat deze klachten vervallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dd4dde6e3fb56e58330b9e7a8875230ce6fb881e473be5293d45f873601c00e, en de alinea staat in dat document op bytes 185779 tot 186321.