Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 mei 2020

Onder 5.12 Parket bij de Hoge Raad 1 mei 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:439.

Ik meen daarom dat de minister in redelijkheid kon menen dat omzet niet een ongeschikter forfaitgrondslag was dan brutoloon. Ook brutoloon –een kostenpost die geen direct verband houdt met wat de klant betaalt –als forfaitgrondslag kan tot vreemde resultaten leiden. Hoe dan ook baseren klanten zich bij hun tipping niet op de uit de hen gepresenteerde rekening niet-blijkende brutoloonkosten van het bedrijf, laat staan op individueel brutoloon ten gunste van bepaalde werknemers of groepen van werknemers. Gegeven dat tegenbewijs geleverd kan worden volgens de gewone vrije bewijsleer, meen ik met het Hof dat de rechter over de keuze tussen die twee grondslagen niet veel meer kan zeggen dan dat een andere keuze denkbaar was geweest, maar dat dat niet relevant is zolang de regelgever met zijn keuze het genoemde hogere recht en de genoemde algemene rechtsbeginselen niet schendt. Ik meen dat dat recht en die beginselen op zichzelf niet geschonden zijn door de gemaakte keuze.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a347a71b462f8fa8e2cdbd7992dbf3f79e5d7e443a6ada8ab5da4455122dba9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a347a71b462f8fa8e2cdbd7992dbf3f79e5d7e443a6ada8ab5da4455122dba9f, en de alinea staat in dat document op bytes 87710 tot 88743.