Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:441.

Onderdeel I klaagt met verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad van 31 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3076, NJ 2015/181 dat het hof door eindarrest te wijzen in een samenstelling van drie andere raadsheren het onmiddellijkheidsbeginsel heeft geschonden en heeft miskend dat een rechterlijke beslissing die mede wordt genomen op de grondslag van een voorafgaande mondelinge behandeling in beginsel dient te worden gegeven door de rechters ten overstaan van wie die mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden. Door partijen geen mededeling te doen van de wisseling van de raadsheren heeft het hof ten onrechte, in strijd met art. 134 Rv en art. 6 EVRM, partijen de mogelijkheid onthouden een nadere mondelinge behandeling te verzoeken ten overstaan van de drie raadsheren door wie einduitspraak zou worden gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd, en de alinea staat in dat document op bytes 12175 tot 13053.