Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:441.
Het onmiddellijkheidsbeginsel is het recht van partijen een mondelinge toelichting op hun standpunten te geven ten overstaan van de rechter(s) die de zaak zullen beslissen. Het doel is te waarborgen dat het verhandelde daadwerkelijk wordt meegewogen bij de totstandkoming van die beslissing. De Hoge Raad heeft de afgelopen jaren een juridisch kader uitgewerkt met betrekking tot het onmiddellijkheidsbeginsel in verband met een rechterswisseling. Op 20 maart 2020 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen waarin dit juridisch kader wordt aangescherpt en verduidelijkt. De Hoge Raad verwijst eerst naar het arrest van 31 oktober 2014 waarin is overwogen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd, en de alinea staat in dat document op bytes 13153 tot 13946.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd | shasum -a 256