Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:441.

De onderdelen III en IV zien met name op de vervanging van de raadsheer-commissaris ten overstaan van wie het bewijs is bijgebracht voor het wijzen van het eindarrest. Onderdeel III betoogt dat het hof heeft miskend dat art. 155 Rv ook in appel als hoofdregel voorschrijft dat de raadsheer-commissaris ten overstaan van wie bewijs is bijgebracht dient mee te werken aan het wijzen van het eindarrest en partijen daarvan, bij gebreke van een mededeling van de rechtswisseling, konden en mochten uitgaan bij de afweging of een nadere mondelinge behandeling gewenst was (HR 22 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3264, NJ 2019/145). Onderdeel IV voegt daar nog een motiveringsklacht aan toe en voert aan dat uit het arrest van het hof zonder nadere motivering onduidelijk is, waarom aan het eindarrest niet kon worden meegewerkt door de drie raadsheren ten overstaan van wie het eerste pleidooi plaatsvond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd, en de alinea staat in dat document op bytes 24309 tot 25259.