Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:441.
Het niet mededelen van de reden waarom in afwijking van art 155 lid 1 Rv de raadsheer-commissaris niet aan de bewijswaardering heeft deelgenomen is in strijd met het onmiddellijkheidsbeginsel. Wel zou dit onmiddellijkheidsbeginsel in strijd kunnen komen met het voortvarendheidsbeginsel van art 20 Rv. En ook art 6 EVRM eist een behandeling binnen een redelijke termijn. Getuigenverhoren leiden veelal tot een aanzienlijk vertraging van de procedure, zoals ook uit deze zaak blijkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd, en de alinea staat in dat document op bytes 37821 tot 38317.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd | shasum -a 256