Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:441.
Alles afwegende is voor mij van doorslaggevend gewicht het in art. 155 lid 2 Rv door de wetgever aan schending van dit beginsel gehechte belang bij bewijslevering, de beoordelingsvrijheid die daarbij aan de (feiten)rechter wordt toegekend en de ontbrekende sanctie en toetsingsmogelijkheid gecombineerd met de praktische bezwaren die de eerste gedachtegang met zich meebrengt en kies ik om die reden voor de tweede hierboven beschreven gedachtegang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd, en de alinea staat in dat document op bytes 42814 tot 43277.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2da9870280e7a7a57ce2cbc7e0c92b0692a0da336fc97cb52317a250e91f0fd | shasum -a 256