Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020

Onder 4.2 Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:47.

“De HR begrijpt (…) dat naar het oordeel van het Hof alleen dan aansprakelijkheid jegens de Staat voor de gemaakte kosten van de lichting en berging van de 'Zuidpool' zou kunnen bestaan, als de Nederlandse wetgeving of (…) het internationale recht de Staat zou verplichten tot het opruimen van wrakken in situaties als de onderhavige, of — waarvan in dit geval geen sprake is — als de 'Zuidpool' door opzet aan de zijde van de aangesproken pp. tot zinken zou zijn gebracht. Dit oordeel vindt echter geen steun in het Nederlandse recht. Onvoorzichtig varen op als zodanig kenbare scheepvaartroutes, waardoor gevaar voor aanvaring met een ander schip kan ontstaan, is ook in volle zee niet alleen onrechtmatig met het oog op het gevaar van schade aan dat andere schip of aan de opvarenden of de lading ervan, maar tevens met het oog op de gevolgen die het zinken van een der bij de aanvaring betrokken schepen voor de veiligheid of de bruikbaarheid van de scheepvaartroute kan hebben. Het volkenrechtelijk beginsel van de vrijheid van de zee doet naar zijn strekking hieraan niet af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2419e5eac3f97441aee55ba7aea85f89481fb2258af6c67e8d3385db15a4c5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2419e5eac3f97441aee55ba7aea85f89481fb2258af6c67e8d3385db15a4c5f, en de alinea staat in dat document op bytes 54618 tot 55722.