Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2020

Onder 4.34 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:542.

Art. 18 VWEU staat niet in de weg aan de eerste volzin van art. 2 lid 7 BC. Dàt is de bepaling die de Hoge Raad in zijn arrest van 13 december 2013 toepasselijk heeft geacht, met als gevolg dat een andersluidende nationale regeling (te weten: art. 21 lid 3 (oud) BTMW) kon worden toegepast vanaf het moment waarop het verstrijken van de minimale beschermingstermijn van 25 jaar (art. 7 lid 4 BC). Dat was hier op 1 januari 2008 (zie rov. 3.7.3, slot).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/367f33686497705e7ad85cebcf4157b7594da1224569b542d3d54e5ee86f93d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 367f33686497705e7ad85cebcf4157b7594da1224569b542d3d54e5ee86f93d4, en de alinea staat in dat document op bytes 72137 tot 72602.