Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2020

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:549.

Betoogd zou kunnen worden dat de ontvanger die keuze wel heeft als de gewezen vennoot van een vof na de ontbinding als vereffenaar optreedt. Hij heeft dan immers zowel de bevoegdheid gebruik te maken van een aansprakelijkheidsbepaling in de IW (artikel 33(1)c) als in het civiele recht (artikel 18 WvK). Dat betoog gaat echter niet op. De vereffenaar heeft de disculpatiemogelijkheid waar de Leidraad Invordering 1990 het oog op heeft niet. Artikel 33(4) IW biedt die mogelijkheid immers alleen aan degenen die op basis van lid 1, letters a en letter b, aansprakelijk zijn. Daartegen zou nog kunnen worden ingebracht dat de vereffenaar zich kan ‘disculperen’ door aan te voeren dat geen sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Ook dat betoog moet worden afgewezen. Als de ontvanger niet aannemelijk kan maken dat het niet betalen van de belastingschuld het gevolg is van aan de vereffenaar te wijten onbehoorlijk bestuur , is de vereffenaar op grond van artikel 33(1)c IW niet aansprakelijk en heeft de ontvanger dus geen keuze tussen een civielrechtelijke aansprakelijkheidsbepaling en een specifieke fiscale.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/beca9b285ddac1d05a23a2923bdd60990ef9e86ee2e067a6aa53ebcfe95dc152. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt beca9b285ddac1d05a23a2923bdd60990ef9e86ee2e067a6aa53ebcfe95dc152, en de alinea staat in dat document op bytes 65087 tot 66220.