Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.33.3 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:562.

Uit het arrest volgt echter niet zonder meer uit dat een stichting als Karmedia, die zich wel inzet voor het belang van een eerlijke mededinging, zich voor de burgerlijke rechter in een procedure op de voet van art. 3:305a BW niet zou kunnen beroepen op dat belang en daarop vorderingen zou kunnen baseren. Veronderstellenderwijs aangenomen dat art. 3:305a BW in beginsel een bundeling van dergelijke belangen toelaat, rijst de vraag of de gebundelde belangen wel onder het beschermingsbereik van de beweerdelijk geschonden norm vallen (zie hiervoor in 3.6.1). En daarmee is de vraag aan de orde of moet worden aangenomen dat het beschermingsbereik van art. 108 lid 3 VWEU bepaalt of een dergelijke vordering is toegestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5, en de alinea staat in dat document op bytes 64566 tot 65302.