Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.38 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:562.

Het onderdeel slaagt naar mijn mening niet. Ook indien wordt aangenomen dat het arrest Streekgewest niet noodzakelijkerwijs is beperkt tot concurrenten of heffingsbetalers, volgt uit de rechtspraak van het HvJ dat art. 108 lid 3 VWEU niet vereist dat een partij die uitsluitend opkomt voor het algemene belang van handhaving van het staatssteunrecht, toegang moet hebben tot de nationale rechter. Anders dan het onderdeel betoogt, volgt een ander oordeel niet uit de tekst van het arrest Streekgewest , of de herformulering van de prejudiciële vraag door het HvJ in dat arrest. Dit volgt ook niet uit de omschrijving van de taak van de nationale rechter in de arresten Streekgewest, CELF en Transalpine Ölleitung om, kort gezegd, de rechten van justitiabelen te beschermen. Het volgt evenmin uit de omschrijving van het begrip belanghebbende in de Procedureverordening. Hierop stuiten de klachten van onderdeel 2 af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5, en de alinea staat in dat document op bytes 70739 tot 71774.