Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Onder 3.40 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:562.
Het middelonderdeel berust op een onjuiste lezing van punt 19 van het arrest Streekgewest . Het Hof van Justitie heeft daarin met de categorie justitiabelen die er belang bij hebben zich te beroepen op uitvoeringsverbod “om de negatieve gevolgen ongedaan te laten maken van de door de onrechtmatige steunverlening teweeggebrachte concurrentievervalsing” gedoeld op justitiabelen die door deze concurrentievervalsing zijn getroffen, dus op concurrenten van de steunontvanger. Dat volgt onmiskenbaar uit de eerste prejudiciële vraag zoals die door het Hof van Justitie in punt 14 is geherformuleerd: “Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of een justitiabele die niet wordt getroffen door vervalsing van grensoverschrijdende mededinging als gevolg van een steunmaatregel, zich op art. 93 lid 3 laatste volzin Verdrag kan beroepen.” Hierop stranden de klachten van het onderdeel. Overigens stuit het onderdeel ook af op de gronden waarop onderdeel 2 afstuit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5, en de alinea staat in dat document op bytes 72865 tot 73910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5 | shasum -a 256