Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:562.

In de eerste plaats speelt de aanwezigheid van een voldoende (proces)belang als bedoeld in art. 3:303 BW bij het oordeel dat het verzoek tot het houden van een getuigenverhoor dient te worden afgewezen bij gebrek aan belang, omdat de vordering in bodemprocedure kansloos is zie (hierna in 3.8 e.v.). Deze toets veronderstelt dat duidelijk is om welke vordering het gaat en waarom deze kansloos is. Bij de beoordeling van de vraag waarom de vordering kansloos is, komt het in dit geval volgens het hof aan op het beschermingsbereik van art. 108 lid 3 VWEU.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5, en de alinea staat in dat document op bytes 13293 tot 13926.