Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:562.

Onderdeel 1 klaagt in de eerste plaats dat het hof blijkens zijn oordeel in rov. 13 dat Karmedia “ geen zicht heeft op een succesvolle vordering in de bodemprocedure ” is uitgegaan van een onjuiste, want te strenge maatstaf voor het beoordelen van het belang bij een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor. Ter toelichting wordt betoogd dat een gebrek aan belang bij het verzoek kan zijn gelegen in een (evident) kansloze vordering in de hoofdzaak en dat de rechter deze afwijzingsgrond terughoudend moet toepassen aangezien volgens vaste rechtspraak in deze procedure de toewijsbaarheid van de vordering in de hoofdzaak niet ter beoordeling voorligt. De door het hof gehanteerde maatstaf maakt het ten onrechte mogelijk de afwijzing van het verzoek te baseren op een slechts als kansarm beoordeelde vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5, en de alinea staat in dat document op bytes 23055 tot 24003.