Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Onder 3.20.2 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:562.
Voor al deze vorderingen geldt dat de mogelijkheid tot het instellen daarvan aan het (proces)recht van de nationale rechtsorde is overgelaten, binnen de bekende beperkingen die het Unierecht daaraan stelt. De nationale regels mogen niet ongunstiger zijn dan die welke gelden voor rechten die op de nationale rechtsorde zijn gebaseerd (het gelijkwaardigheidsbeginsel) en bovendien niet van dien aard zijn dat zij de uitoefening van de door het gemeenschapsrecht verleende rechten in de praktijk onmogelijk of uiterst moeilijk maken (het doeltreffendheidsbeginsel). Daarnaast geldt dat de nationale voorschriften inzake de procesbevoegdheid en het procesbelang van een justitiabele niet mogen afdoen aan een doeltreffende rechterlijke bescherming van “door de communautaire rechtsorde toegekende rechten”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5, en de alinea staat in dat document op bytes 38416 tot 39364.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5 | shasum -a 256