Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.22.1 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:562.

Het voorgaande roept de vraag op wie voor de nationale rechter een beroep kunnen doen op de bescherming van de standstillbepaling van art. 108 lid 3 VWEU. Die vraag stond centraal in het prejudiciële arrest van het Hof van Justitie van 13 januari 2005 inzake Streekgewest Westelijk Noord-Brabant/Staatssecretaris van Financiën (hierna: het arrest Streekgewest ). Het ging in deze zaak om een belastingmaatregel waarbij enerzijds het tarief op afvalstoffen werd verhoogd en anderzijds een mogelijkheid tot teruggave van afvalstoffenbelasting werd ingevoerd. De maatregel werd aangemeld bij de Commissie, maar de belasting werd reeds geheven voordat de Commissie de maatregel had goedgekeurd. Het Streekgewest Westelijk Noord-Brabant is bij de belastingrechter opgekomen tegen de afwijzing van haar verzoek om een belastingteruggave wegens schending van de standstillbepaling. In cassatie heeft de belastingkamer van de Hoge Raad onder meer de prejudiciële vraag gesteld of een beroep op deze bepaling alleen kan worden gedaan door een justitiabele die als gevolg van de steunmaatregel getroffen wordt door vervalsing van de grensoverschrijdende mededinging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5, en de alinea staat in dat document op bytes 42169 tot 43538.