Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.28.2 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:562.

Het hof Den Haag verwierp het standpunt dat de Stichting Koppenhinksteeg als vertegenwoordiger van de (onrechtmatige) gebruikers van de panden geen beroep toekomt op de rechtstreekse werking van de stand still-plicht van art. 108, derde lid, VWEU. Het hof overwoog dat de Stichting Koppenhinksteeg haar op de standstillbepaling gebaseerde vordering niet heeft gedaan als vertegenwoordiger van de gebruikers, maar op de grond dat haar inschrijving op het project door de Gemeente is afgewezen, en het hof acht het niet op voorhand duidelijk dat zij bij haar vordering de huidige verkoopprocedure op te schorten in haar positie van mede-inschrijver geen belang heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5, en de alinea staat in dat document op bytes 56502 tot 57244.