Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 3.29.1 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:562.

Ik wijs voorts nog op de zaak Maankwartier. Deze betrof een vastgoedonderneming en een eigenaar van een kantoorpand die met een beroep op de standstillbepaling onder meer een verklaring voor recht vorderden dat een door de gemeente Heerlen en een projectontwikkelaar gesloten koopovereenkomst nietig was, dat de Gemeente en de projectontwikkelaar jegens hen onrechtmatig hadden gehandeld en zouden worden veroordeeld tot betaling van schadevergoeding nader op te maken bij staat. Het hof Den Bosch verwierp het verweer dat de vastgoedonderneming en eigenaar onvoldoende belang hadden bij hun vorderingen (art. 3:303 BW). Aan dit verweer was ten grondslag gelegd dat de vastgoedonderneming en de projectontwikkelaar zich niet in hetzelfde marktsegment begaven zodat de vastgoedonderneming daarom door de koopovereenkomst niet wezenlijk en individueel worden geraakt en dat zij niet viel binnen het Europeesrechtelijke belanghebbende-criterium in de zin van art. 108 lid 2 VWEU.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 08b9fa64869de36ac45b52e93e1134ddffe7638c10c9875ec683c48d63d913f5, en de alinea staat in dat document op bytes 58357 tot 59348.