Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:564.
Is sprake van een kennelijke vergissing in de aanduiding van een van de procespartijen, dan behoeft die vergissing dus niet tot niet-ontvankelijkheid te leiden. Voor niet-ontvankelijkheid is slechts plaats indien de wederpartij anders onredelijk in haar belangen zou worden geschaad. In het arrest Montis/ […] heeft de Hoge Raad op dit punt naar art. 122 lid 1 Rv verwezen. Deze bepaling houdt in dat een gedaagde geen beroep kan doen op de nietigheid van de inleidende dagvaarding als hij door het gebrek dat die nietigheid meebrengt niet onredelijk in zijn belangen is geschaad. Van een onredelijke schending van zijn belangen is slechts sprake als hij door het gebrek wordt bemoeilijkt in het voeren van verweer. Omdat het arrest Montis/ […] ziet op evidente vergissingen in een partijaanduiding, is uitgangspunt dat de belangen van de wederpartij door een rectificatie niet worden geraakt. Dit blijkt uit de verwijzing van de Hoge Raad naar art. 122 Rv: in de rechtspraak over die bepaling wordt zelden aangenomen dat de wederpartij onredelijk in zijn belangen is geschaad. Een verzoek om te mogen rectificeren zal daarom in beginsel toewijsbaar zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee4b07fbfa9c271d6556d18c2806658f6996413b45734a8fc60e2456d953122b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee4b07fbfa9c271d6556d18c2806658f6996413b45734a8fc60e2456d953122b, en de alinea staat in dat document op bytes 18158 tot 19528.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee4b07fbfa9c271d6556d18c2806658f6996413b45734a8fc60e2456d953122b | shasum -a 256