Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:564.
Uit de besproken rechtspraak blijkt dat noch een onjuiste partijaanduiding in een dagvaarding, noch het dagvaarden van een verkeerde partij tot niet-ontvankelijkheid behoeft te leiden. Hoewel voor de eerste categorie zaken in het arrest Montis/ […] een specifiek toetsingskader is gegeven, is het toetsingskader voor het tweede type zaken naar mijn mening in essentie hetzelfde. In beide gevallen staat kenbaarheid voorop: het moet voor alle betrokkenen in de gegeven omstandigheden duidelijk zijn welke partij in rechte wordt betrokken. Is dat het geval, dan kan het geding tegen de beoogde wederpartij worden voortgezet. Uiteraard speelt in beide gevallen (op de achtergrond) een rol welk belang daarmee gemoeid zou zijn. Daartoe behoort het belang om erop te mogen vertrouwen dat een procedure op enig moment is afgesloten ( litis finiri oportet ). Dat in het arrest Montis/ […] als uitgangspunt wordt genomen dat het belang van de wederpartij meestal niet in het geding zal zijn, zodat een verzochte naamswijziging in beginsel kan worden toegewezen, valt te verklaren door de omstandigheid dat dit arrest betrekking heeft op een zaak waarin de dagvaarding de beoogde wederpartij tijdig en (afgezien van de vergissing) correct heeft bereikt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ee4b07fbfa9c271d6556d18c2806658f6996413b45734a8fc60e2456d953122b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ee4b07fbfa9c271d6556d18c2806658f6996413b45734a8fc60e2456d953122b, en de alinea staat in dat document op bytes 24870 tot 26362.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ee4b07fbfa9c271d6556d18c2806658f6996413b45734a8fc60e2456d953122b | shasum -a 256