Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juni 2020, ECLI:NL:PHR:2020:565.

Onderdeel 3 klaagt dat, indien het hof aan het niet naleven van Lanvas’ veroordeling om de gevel terug te brengen in zijn voormalige staat een bij voorraad uitvoerbare dwangsom heeft willen verbinden met onmiddellijke ingang, althans vanaf de betekening van het arrest (art. 611a lid 3 Rv), dan wel vanaf vier weken na de datum van het arrest (vgl. de ingangsdatum in het vonnis), dit oordeel onbegrijpelijk is, omdat het innerlijk tegenstrijdig is. Het onderdeel wijst er daarbij, samengevat, op dat het hof enerzijds overweegt (rov. 22, vierde tot en met zevende zin) dat het zijn arrest overeenkomstig de vordering van de VvE in hoger beroep uitvoerbaar bij voorraad zal verklaren, wat er volgens het onderdeel op duidt dat het hof ook een dwangsomveroordeling uitvoerbaar bij voorraad wil doen zijn, maar anderzijds overweegt (rov. 22, eerste zin) dat het bestreden vonnis grotendeels in stand dient te blijven, (kennelijk: enkel) met uitzondering van de kwestie van de bestickering, wat er volgens het onderdeel op duidt dat het hof ook in stand heeft willen laten dat de dwangsomveroordeling pas ingaat vier weken na het onherroepelijk worden van het vonnis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8445f1a46543f3896627185d3c601bc0d1d3e71e0b3f56f6499fdfc34f6b2297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8445f1a46543f3896627185d3c601bc0d1d3e71e0b3f56f6499fdfc34f6b2297, en de alinea staat in dat document op bytes 20977 tot 22207.